Welkom

  • 14 dagen retourrecht
  • Advies of monteur op locatie?
  • Gratis verzending bij een bestelling boven de 100,-

Wetgeving camerabewaking

Cameratoezicht kan de veiligheid in de samenleving verhogen. En het kan criminaliteit
voorkomen. Daarom is er op veel plaatsen in Nederland cameratoezicht, zoals bijvoorbeeld in
winkels of in het openbaar vervoer.
Maar aan dergelijk toezicht zijn ook zekere risico’s verbonden. Zo kan het heimelijk gebruik van
camera’s (waarbij de aanwezigheid van de camera’s niet duidelijk is aangegeven en mensen dus
niet weten dat ze gefilmd worden) inbreuk maken op de persoonlijke levenssfeer. Op 1 januari
2004 is de wet veranderd met betrekking tot heimelijk gebruik van camera’s.

Wat houdt de wet heimelijk camaratoezicht in?
Heimelijk cameratoezicht (het maken van beelden van personen met camera’s die zijn
aangebracht om personen herkenbaar in beeld te brengen zonder dat de aanwezigheid ervan
duidelijk kenbaar is gemaakt) was al verboden in winkels en horecagelegenheden (artikel 441b
Wetboek van Strafrecht). Dit verbod geldt sinds 1 januari 2004 ook voor alle andere openbare
plaatsen en gebouwen. Het gebruik van camera’s voor toezicht en beveiliging is alleen
toegestaan als de aanwezigheid van deze camera’s duidelijk is aangegeven, bijvoorbeeld door de
camera’s zichtbaar op te hangen of door middel van een bord met pictogram of mededeling.
Daarnaast moet degene die cameratoezicht wil toepassen zich natuurlijk ook aan de andere
daarvoor geldende regels houden, zoals die uit de Wet bescherming persoonsgegevens.

Ook is de strafbaarstelling met betrekking tot het heimelijk maken van opnamen van personen
op besloten plaatsen, dat wil zeggen niet voor het publiek toegankelijke plaatsen, uitgebreid
(artikel 139f Wetboek van Strafrecht). Het was al verboden om mensen in een woning of ander
niet-openbaar gebouw (bijvoorbeeld een kantoor) te filmen als deze personen daarvan niet op
de hoogte zijn gesteld. Dit verbod geldt sinds 1 januari 2004 voor alle niet voor het publiek
toegankelijke plaatsen, dus inclusief plaatsen die geen gebouw zijn, zoals bijvoorbeeld
afgesloten tuinen, erven en parkeerterreinen. Ook is dit verbod niet langer meer beperkt tot
afbeeldingen die het rechtmatig belang van de afgebeelde persoon kunnen schaden,
bijvoorbeeld afbeeldingen die compromitterend of onwelvoeglijk van aard zijn. Het heimelijk
maken van een afbeelding van een persoon wordt nu in principe in alle gevallen verboden. Of
de aard van de afbeelding zodanig is dat daarmee het rechtmatig belang van de afgebeelde
persoon kan worden geschaad, doet dan niet meer ter zake.

Op welk soort cameratoezicht is de wet van toepassing?
De wet is van toepassing op camera’s (‘technische hulpmiddelen’) die zijn aangebracht om
afbeeldingen van personen te maken (film, video of foto’s) en waarvan de aanwezigheid niet op
duidelijke wijze kenbaar is gemaakt. Met ‘aangebracht’ wordt bedoeld dat de camera’s op een of
andere wijze zijn geïnstalleerd, bijvoorbeeld bevestigd aan een gevel of plafond of verborgen in
een koffer. Met het vervaardigen van afbeeldingen wordt niet alleen het vastleggen van beelden
(bijvoorbeeld op een videoband, CD-ROM of DVD) bedoeld. Ook het enkele weergeven van
‘live’-beelden (bijvoorbeeld via een monitor of webcam) valt onder de bepaling.
De voorwaarde dat het moet gaan om een ‘aangebrachte’ camera geldt niet voor woningen en andere besloten plaatsen.

Dit betekent dat op die plaatsen ook het heimelijk filmen met een losse
camera verboden is.

Bijzondere gevallen
- Werkgevers kunnen onder de wet gebruik blijven maken van een verborgen camera op de
werkvloer, als zij bijvoorbeeld vermoeden dat werknemers het bedrijf schade toebrengen.
Voorwaarde is wel dat zij de werknemers vooraf op duidelijk wijze hebben gewezen op de
mogelijke inzet van verborgen camera’s op de werkplek. Dit kan bijvoorbeeld via een
personeelscirculaire of via een bepaling in het arbeidscontract. Daarnaast moet de werkgever
zich uiteraard ook houden aan de bepalingen van de Wet op de ondernemingsraad.
- Om de vrijheid van nieuwsgaring voor de journalistiek te waarborgen, is het gebruik van een
verborgen camera door journalisten onder bijzondere omstandigheden toegestaan.
- Webcam’s kunnen ook onder de strafbaarstelling vallen, wanneer daarmee personen herkenbaar
in beeld worden gebracht. Wanneer echter de aanwezigheid van de webcam duidelijk is
aangegeven of met de webcam van een bepaalde plaats alleen overzichtsbeelden worden
gemaakt, zonder dat personen herkenbaar in beeld worden gebracht, vallen ze niet onder het
verbod.


- Het filmen met een losse (video)camera’s op straat of op andere openbare plaatsen is niet
strafbaar. Er is dan immers geen sprake van een ‘aangebracht technisch hulpmiddel’.


- De politie en inlichtingendiensten mogen natuurlijk voor hun taakuitoefening wel gebruik
blijven maken van verborgen camera’s.


Welke straf staat er op overtreding van de wet?
Op overtreding van de wet in een openbare ruimte (zoals een winkel) staat een gevangenisstraf van
maximaal twee maanden of een geldboete van maximaal 4.500,- euro.

Op overtreding van de wet op plaatsen die niet voor het publiek toegankelijk zijn (zoals een woning of
kantoor), staat een gevangenisstraf van maximaal zes maanden of een geldboete van maximaal
11.250,- euro.

Bron: CBP